Jeugdigen en ouders met een hulpvraag kunnen het college verzoeken om toeleiding naar een overige voorziening of toekenning van een door het college te verlenen individuele voorziening. Het college legt de beslissing omtrent de inzet van een individuele voorziening vast in een beschikking als bedoeld in artikel 3.
Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder als en voor zover genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is welke inzet van jeugdhulp nodig is. Tijdens de gespreksprocedure worden de jeugdige en/of zijn ouders uitdrukkelijk door de hulpaanbieder gewezen op de mogelijkheid en de implicaties van het verkrijgen van de beschikking. In het geval de jeugdige en/of zijn ouders hierom verzoeken, legt het college de beslissing omtrent de inzet vast in een beschikking als bedoeld in artikel 3.
Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig acht bij de uitvoering. jeugdreclassering. Hiervoor verstrekt het college geen beschikking als bedoeld in artikel 3.
In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening of vraagt het college een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in artikel 6.1.3 juncto artikel 6.1.8 van de Jeugdwet. In het geval dat de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken, legt het college de beslissing omtrent de inzet vast in een beschikking als bedoeld in artikel 3.
Jeugdigen en ouders die menen een beroep te kunnen doen op een overige voorziening, niet zijnde basishulp, kunnen zich rechtstreeks tot deze voorziening wenden. Ook de huisarts, medisch specialist, jeugdarts of andere betrokken instanties kunnen hen rechtstreeks verwijzen naar de overige voorziening.