Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schulddienstverlening indien:
het schulddienstverleningstraject succesvol is afgerond;
de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;
op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schulddienstverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
belanghebbende zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schulddienstverleningstraject, misdraagt;
de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
de geboden dienstverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is;
indien de schulddienstverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht.
Artikel 6.
Beëindiginggronden
Onderdeel van Beleidsregels toelating tot schulddienstverlening Borger-Odoorn