Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 26

Jaarrekening

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling RUD

1.. Het dagelijks bestuur biedt de jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar, met alle bijbehorende bescheiden jaarlijks voor 1 maart ter voorlopige vaststelling aan het algemeen bestuur en ter informatie aan de deelnemers. 2.. Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar vast op uiterlijk 1 april, volgende op het jaar waarop zij betrekking heeft. 3.. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval voor 1 juli volgend op het jaar, waarop de jaarrekening betrekking heeft, naar Onze Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties en de deelnemers. 4.. Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele: Af te boeken van de algemene reserve voor zover aanwezig; Met in achtneming van de op grond van artikel 27 vastgestelde verdeelsleutel ten laste te brengen van de deelnemers. 5.. Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele: 6.. Tot het vastgestelde maximale percentage toe te voegen aan de algemene reserve; 7.. Met in achtneming van de op grond van artikel 27 vastgestelde verdeelsleutel uit te keren aan de deelnemers. 8.. Onder algemene reserve wordt mede begrepen het weerstandsvermogen en de egalisatiereserve. 9.. De deelnemers waarborgen de tijdige en volledige betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van gesloten en af te sluiten kort- en langlopende leningen, leasecontracten en rekeningcourantovereenkomsten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel