Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap van een gebouw, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar oppervlak te vergroten. Dakkapellen zijn in het algemeen een ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak. Desondanks zijn dakkapellen, als ze zichtbaar zijn, voor het straatbeeld zeer bepalend. Het is daarom wenselijk dakkapellen aan de achterkant te situeren.
Criteria
Deze criteria komen aan de orde als het bouwplan niet vergunningvrij is.
algemeen
De dakkapel is in hoofdzaak gelijkvormig aan eerder met vergunning geplaatste dakkapel(len) op het betreffende dakvlak.
Dakkapel is ondergeschikt aan het hoofdgebouw en gaat niet ten koste gaan van de karakteristiek van de kapvorm.
Geen dakkapel op dak met hellingshoek < 30°.
plaatsing
Bij meerdere dakkapellen op één doorgaand dakvlak is de hoofdvorm en maatvoering op elkaar afgestemd en zijn ze regelmatig gerangschikt op één horizontale lijn.
Geen dakkapellen boven elkaar op hetzelfde dakvlak, tenzij uitsluitend in de onderste laag een doorgetrokken gevelopbouw kan worden gerealiseerd.
Minimaal 0.50 m. dakvlak of twee dakpannen onder de dakkapel.
Tenzij er sprake is van twee aaneengesloten dakkapellen is de afstand vanaf het hart van de gemeenschappelijk bouwmuur minimaal 0.50m, gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel
Afstand vanaf de buitenkant van de kopgevel of de hoek- of kilkeper is minimaal 0.75 m., gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel.
Op een mansardedak is de dakkapel geplaatst in het onderste deel van het dakvlak, met de bovenkant gelijnd aan de knik in het dakvlak.
maatvoering
Hoogte maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximum van 1.50 m. gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim.
Breedte in totaal maximaal 2/3 van de breedte van het dakvlak, gemeten tussen midden woningscheidende bouwmuren of eindgevels en aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel).
Hoogte boeiboord afgestemd op maat, detaillering van het hoofdgebouw en maximaal 0.30m.
vormgeving
Plat afgedekt.
Profielen van kozijnen zijn gelijk aan die van de gevel-ramen en kozijnen van hoofdgebouw (bij toepassing van kunststof een zogenaamd verdiept profiel toepassen).
Geen overmaat aan detailleringen, dus max. 0.15 m. overstek en bescheiden ornamenten.
materiaal en kleur
Materiaal en kleurgebruik is afgestemd op het hoofdgebouw.
Beperkte toepassing van dichte panelen in het voorvlak, eventueel alleen in ondergeschikte mate tussen de glasvlakken.
Geen felle, contrasterende en/of bonte kleuren.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3