Heemskerk kenmerkt zich als woongemeente. Voor de Tweede Wereldoorlog was er enkel sprake van kleinschalige uitbreidingen rond de dorpskern en aan de bestaande toegangswegen. Na de Tweede Wereldoorlog begint de periode van meer grootschalige projectmatig opgezette woonwijken achter de historische structuren. De woonwijken worden gekenmerkt door een samenhangende stedenbouwkundige structuur, inrichting en bebouwings-beeld. De stedenbouwkundige opzet en architectuur van een woonwijk vertegenwoordigt een bepaald tijdsbeeld. Op centrale plekken zijn scholen of andere wijkvoorzieningen gesitueerd.
De bebouwing bestaat vooral uit rijwoningen, twee-onder-één-kap en vrijstaande woningen. De meeste woningen zijn opgebouwd uit 1 à 2 bouwlagen met een traditionele zadeldak. Soms komen afwijkende kapvormen voor. De vormgeving van bebouwing kent vaak een grote samenhang en is veelal per wijk, buurt of straat bepaald.
De woongebieden met meer individuele woningbouw onderscheiden zich qua bebouwingsdichtheid en de plaatsing van gebouwen op de kavels. De vrijstaande woningen zijn doorgaans individueel ontworpen, en hebben daardoor een eigen uitstraling.
Stroken- en blokverkaveling: Poelenburg, Neksloot-Oosterzij, Kerkbeek, De Kleine Hoevens, Assumburg, De Die, De Maer, Oosterwijk-Zuidbroek.
De wijken vanaf circa 1945 tot circa 1970 (Wederopbouw) zijn herkenbaar aan een eenvoudig stratenpatroon. De herhaling en gelijkvormigheid van de woonblokken, met eenvoudige hoofdmassa’s en kapvormen, zoals zadeldaken of schilddaken, zorgen voor rust en samenhang. In het begin van de Wederopbouwperiode is de architectuur traditioneel en ambachtelijk. Later is deze, onder invloed van nieuwe bouwmethodieken, eenvoudiger en meer rationalistisch.
Woonerven: Westertuinen, Maerestein-Sandenburg, Breedweer, Commandeurs.
Als reactie op de stroken- en blokverkaveling, die als zakelijk en monotoon werden ervaren, is vanaf circa 1970 meer gebouwd in relatie tot de ‘menselijke’ schaal. Deze wijken worden gekenmerkt door een meer besloten karakter door het patroon van geknikte straten en woonerven en verspringingen in de voorgevellijn. Het ontbreekt vaak aan duidelijk onderscheid tussen voor- en achterzijde. De openbare ruimte is in veel gevallen gevuld met dichte begroeiing.
Thematische woonwijken: Beierlust, Waterakkers-Lunetten, Broekpolder.
De wijken vanaf circa 1985 zijn meer marktconform gebouwd en kennen verschillende architectuurthema’s, gerelateerd aan de stedenbouwkundige situatie waarmee de individualiteit van een wijk of buurt tot uitdrukking kan worden gebracht. In tegenstelling tot de woonerven is gestreefd naar een helder onderscheid tussen openbaar en privé. De voorzijde is gericht naar de straat en de achtertuinen zijn aan binnengebieden gelegen. Op bouwblok of straatniveau is sprake van samenhang door de ritmische herhaling van massa’s, vormen en gevelkarakteristieken en het specifieke architectuurbeeld. De vormgeving varieert van eigentijdse architectuurstijlen met opvallende vormen, materialen en kleuren tot historiserende woonbebouwing in landelijke of klassieke stijlen.
Individuele woningbouw: Rendorppark, Steenstrapark, Marquettelaan e.o., Anne de Renessestraat.
In diverse perioden zijn woonbuurten gebouwd met vrijstaande woningen. Het stedenbouwkundig patroon is doorgaans speels opgezet. In de openbare ruimte is meestal een eenvoudig wegprofiel, waaraan direct grenzend de voortuinen of eventueel een groenstrook. De woningen bestaan overwegend uit één bouwlaag met kap, waarin een tweede verdieping is opgenomen. Er is een grote diversiteit in architectuurstijlen, kapvormen en –richtingen, en kleur- en materiaalgebruik.
Kernkwaliteiten
Identiteit en uitstraling van woonwijken zijn herkenbaar door het tijdsbeeld van de periode dat ze gerealiseerd zijn. Vooral bij Waterakkers is het architectuur-beeld karakteristiek en bepalend voor de samenhang.
De verschillende woonwijken hebben elk een eigen samenhang in de stedenbouwkundige structuur en architectuur.
Grootschalige voorzieningen (scholen, verzorgingshuizen e.d.) zijn over het algemeen als integraal onderdeel van de wijk mee ontworpen maar hebben veelal een eigen uitstraling in omvang of architectuur.
Ambities
De ambitie is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van de woongebieden.
Waarborgen van de aanwezige ritmiek, herhaling en samenhang op wijk-, buurt- of ensembleniveau.
Respecteren van architectuurprincipes passend bij het betreffende tijdsbeeld. Bij (vervangende) nieuwbouw is een eigentijdse uitwerking mogelijk mits passend in de stedenbouwkundig context van de omgeving.
Behoud van bestaande verkaveling, korrel en schaal. Op stedenbouwkundig geëigende plekken (langs hoofdstructuren, hoeken etc.) kunnen verbijzonderingen in functie, vorm en omvang de stedenbouwkundige structuur versterken.
Voorkomen van verrommeling straatbeeld door oneigen individuele ruimtelijke inpassingen van kleine bouwplannen, reclametoepassingen, functies, e.d.
Als basiskwaliteit voor de wijk Waterakkers geldt aanvullend het behoud van de oorspronkelijke kleurstelling.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4