**1..** Het gemeenschappelijk orgaan bestaat uit de door de deelnemende colleges van burgemeester en wethouders aangewezen wethouder van de deelnemende gemeente. Zij benoemen uit hun midden een voorzitter.
**2..** De leden van het gemeenschappelijk orgaan hebben zitting gedurende de zittingsperiode van de colleges.
**3..** Een lid dat tussentijds ophoudt lid van het college te zijn, houdt daarmee tevens op lid te zijn van het gemeenschappelijk orgaan. Dit geldt ook voor de voorzitter.
**4..** Een lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het gemeenschappelijk orgaan wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats dit lid is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
**5..** Een lid dat tussentijds ontslag neemt, stelt de voorzitter van het gemeenschappelijk orgaan alsmede het college dat hem heeft aangewezen, hiervan op de hoogte.
**6..** Leden van het gemeenschappelijk orgaan die ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien.
**7..** De aanwijzing voor de vervulling van plaatsen die zijn opengevallen, vindt binnen twee maanden plaats door het college die het aangaat.
Hoofdstuk 3:
Artikel 11:
Samenstelling
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Brabantse Wal