Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7:

Artikel 21:

Uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Brabantse Wal

1.. Het college van elke deelnemende gemeente kan, na vooraf verkregen instemming van de raad van die gemeente, besluiten dat de deelneming aan deze regeling wordt opgezegd. De raad van de andere gemeenten wordt over de besluiten geïnformeerd. Een dergelijk besluit tot uittreding kan niet plaatsvinden binnen vijfjaar na inwerkingtreding van deze regeling. 2.. Een uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van de eerste januari van enig jaar, met dien verstande dat tenminste een opzegperiode van 18 maanden in acht wordt genomen. 3.. Alvorens de deelnemende gemeente tot besluitvorming komt, als bedoeld in het eerste lid, wordt eerst over het voornemen overleg gevoerd met de andere deelnemende gemeenten. 4.. In het voornemen als bedoeld in het eerste en derde lid worden de motieven gegeven op grond waarvan de deelnemende gemeente wenst uit te treden. 5.. De deelnemende gemeenten regelen in alle billijkheid de gevolgen van de uittreding. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de uittredende gemeente de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden.

Rechtspraak bij dit artikel