Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 5

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018

1.. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door: 1 persoon € 178,92 2 personen € 231,24 3 personen € 253,44 Meer dan 3 personen € 326,64 Voor de vaststelling van de gebruikssituatie is beslissend hetgeen terzake, aan het begin van het belastingjaar of indien de belasting aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de belastingplicht, in de basisregistratie personen is geregistreerd, tenzij blijkt dat de gebruikssituatie anders is. 2.. De belasting als bedoeld in lid 1 wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingjaar, in gebruik hebben van rest-afval containers of g.f.t. –containers, boven het getal van één, is een bedrag van € 156,00 per container per belastingjaar verschuldigd. 3.. Onverminderd het bepaalde in lid 1 en 2 wordt aan een belastingplichtige, welke is aangesloten op een ondergrondse verzamelcontainer, een afvalpas ter beschikking gesteld met een saldo van 78 tikken (aanbiedingen). Huishoudens die niet de mogelijkheid hebben GFT afval op te slaan of apart in te zamelen ontvangen op jaarbasis 40 tikken (aanbiedingen) extra. Per aanbieding boven dit aantal is een bedrag van € 2,00 verschuldigd. 4.. Onverminderd het bepaalde in lid 1, 2 en 3 bedraagt de belasting voor het op aanvraag verkrijgen van een nieuwe afvalpas bij beschadiging, vermissing of diefstal € 18,15.

Rechtspraak bij dit artikel