Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 7

Bestrijding iepziekte

Onderdeel van Bomenverordening Veere 2010

1. Dit artikel verstaat onder:a. Iepenziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophi-ostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi) (Buism.) C. Moreau;b. Iepenspintkever : het insect, in elk ontwikkelingsstadium behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en scolytusmultistriatus (Marsh.); 2. Indien zich op een terrein gelegen binnen de gemarkeerde gebieden, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte situatietekening, een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor verspreiding van de iepenziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:a. indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;b. de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;c. de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen; 3. a. Onverminderd het bepaalde in lid 2 is het verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren;b. Het verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm;c. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het onder a van dit lid gestelde verbod.

Rechtspraak bij dit artikel