**1.** Het college stelt nadere regels vast over welke voorzieningen in ieder geval kunnen worden ingezet alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
**2.** Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een loonkostensubsidie handelt het college conform de beleidsregel die als bijlage is opgenomen in de verzamelbrief van het Ministerie SZW van 7 april 2004.
**3.** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
**4.** Het college kan een voorziening beëindigen:
**a..** indien de jongere die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet niet nakomt en hem dit te verwijten valt;
**b..** indien de jongere die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
**c..** indien de jongere algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
**d..** indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.
Paragraaf 3
Artikel 6
Voorzieningen
Onderdeel van Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren