Indien een cliënt beperkingen ervaart op het gebied van regie voeren in het huishouden, is het resultaatgebied ‘regie en instructie’ van toepassing. Er dient per individu een inschatting gemaakt te worden of er in alle redelijkheid kan worden verondersteld dat een nieuwe taak als het doen van het huishouden nog is te trainen.
Er zijn geen weegfactoren voor het resultaatgebied ‘regie en instructie’ geformuleerd. Wel zijn er beïnvloedende factoren, zoals de leerbaarheid van een cliënt. Hoe sneller de activiteiten zijn aangeleerd, hoe sneller de ondersteuning eindigt.
Het gaat bij het resultaatgebied ‘regie en instructie’ om 2 categorieën:
Categorie 1
Het aanleren (en samen uitvoeren) van activiteiten gericht op de resultaten:
‘schoon en leefbaar huis’
‘schone was’
‘maaltijden’
Dit betreft cliënten die leerbaar zijn, zoals mensen met een (recente) lichamelijke beperking of mensen die de activiteiten nooit hebben aangeleerd maar deze moeten gaan uitvoeren door het wegvallen van een partner of gezinslid. Het gaat om tijdelijke ondersteuning (maximaal 6 weken), waarbij aansluiting wordt gezocht bij het onderzoek van Bureau HHM en KPMG Plexus.
Categorie 2
Structureel adviseren, instrueren (en samen uitvoeren) van activiteiten gericht op de resultaten:
‘schoon en leefbaar huis’
‘schone was’
‘maaltijden’
Dit betreft cliënten die beperkter leerbaar zijn, bijvoorbeeld vanwege psychiatrische of cognitieve problemen als dementie, niet aangeboren hersenletsel (NAH), of een licht verstandelijke beperking (LVB). De ondersteuning is structureel noodzakelijk. Bij deze categorie wordt aansluiting gezocht bij de normen die door het CIZ zijn bepaald.
Artikel 4.7
Uitwerking van resultaat 3: regie en instructie
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Weert 2018