Naar hoofdinhoud

Artikel 6.2

Aanpassing huidige woonruimte versus nieuwe woonruimte

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Weert 2018

Wanneer er hoge kosten verbonden zijn aan het aanpassen van de huidige woning of deze woning niet kan worden aangepast, zal de mogelijkheid van verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning met de cliënt besproken worden. Dit is van toepassing indien de te verwachten kosten van woningaanpassing van de woning significant hoger zijn dan een verhuiskostenvergoeding en indien er een voor cliënt geschikte woning beschikbaar is, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, negende lid, van de verordening. Vergelijking aanpassingskosten huidige woonruimte versus nieuwe woonruimte Het college maakt een kostenafweging tussen het aanpassen van de huidige woonruimte enerzijds en verhuizen (inclusief eventuele aanpassingskosten in de nieuwe woonruimte) anderzijds. Daarbij worden de volgende kosten in elk geval meegenomen: huidige en voorzienbare toekomstige aanpassingskosten van de reeds bewoonde woonruimte; en/of de eventuele aanpassingskosten van de nieuwe woning. Verhuis- en inrichtingskosten Als uit het onderzoek blijkt dat verhuizing het meest passend is in de situatie van de cliënt, kan er een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten worden verstrekt. Deze vergoeding kan worden aangevraagd in de gemeente waar cliënt ingezetene is, ook als cliënt naar een andere gemeente verhuist. Voorwaarden voor toekenning van een verhuis- en inrichtingskosten: Cliënt heeft zijn/haar feitelijke verblijfplaats in de gemeente Weert. De cliënt heeft langdurig, aantoonbare beperkingen in het normale gebruik van de woning. De beperkingen waren nog niet aanwezig bij het accepteren van de huidige woning. De cliënt verhuist naar een geschikte woning binnen Nederland. De woning moet dan voldoen aan de eisen die in het besluit (de beschikking) staan die cliënt ontvangt als er sprake is van een verhuiskostenvergoeding. Er kan slechts van één verhuiskostenvergoeding gebruik worden gemaakt. Krijgt cliënt een vergoeding van zijn/haar woningcorporatie of particuliere verhuurder vanwege de sloop of renovatie van de woning? Dan bestaat er geen aanspraak op c.q. vervalt de aanspraak op de verhuiskostenvergoeding via de Wmo. Geldigheid De aanspraak op uitbetaling van de toegekende verhuis- en inrichtingskosten moet geldend worden gemaakt door verhuizing naar de in het besluit genoemde woning binnen een termijn van twee jaar na datum verzending beschikking. Indien deze periode is verstreken en/of cliënt wil alsnog aanspraak maken op een vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten, dan wordt op basis van een heronderzoek bepaald of de voorziening weer beschikbaar wordt gesteld, voor welk bedrag en voor welke tijdsduur. Voorwaarden uitbetaling De aanspraak op de vergoeding kan geldend worden gemaakt als het huur- of koopcontract van de nieuwe woning is getekend en geen aanspraak bestaat op een andere verhuiskostenvergoeding. De woning moet voldoen aan de eisen uit de beschikking en de algemene voorwaarden. De algemene voorwaarden worden opgenomen als bijlage bij de beschikking. Geen urgentie De verhuiskostenvergoeding staat los van een urgentieverklaring. Een toekenning van een verhuiskostenvergoeding betekent dus niet dat een cliënt automatisch voorrang krijgt voor een sociale huurwoning. Hoogte van de vergoeding De hoogte van de vergoeding wordt gebaseerd op twee onderdelen: De verhuiskosten De inrichtingskosten die noodzakelijk zijn om de woning bewoonbaar te maken. De cliënt zal voor beide onderdelen twee offertes moeten opvragen, met daarin een specificatie van de activiteiten en kosten. Voor het vaststellen van de hoogte van de vergoeding worden de richtlijnen van het Nibud (zie bijlage 4) gevolgd, gebaseerd op twee offertes indien een professioneel verhuisbedrijf wordt gebruikt. De maximale vergoeding voor de verhuis- en inrichtingskosten bedraagt € 5.892. Dit bedrag is gebaseerd op de ‘Regeling minimumbijdrage verhuis- en inrichtingskosten bij renovatie’. Dit is een landelijke regeling waarbij er een bijdrage wordt vastgesteld die de verhuurder in geval van noodzakelijke verhuizing als gevolg van renovatie of sloop verschuldigd is aan de huurder voor verhuis- en inrichtingskosten. Het bedrag van de bijdrage wijzigt elk jaar voor 1 maart met het percentage van de inflatie over het vorige jaar (consumentenprijsindex). De toekenning van de verhuiskostenvergoeding vindt plaats in de vorm van een pgb. De uitbetaling vindt altijd op declaratiebasis plaats na het overleggen van facturen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel