Naar hoofdinhoud

Artikel 7.2

Verplaatsen in en om de woning

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Weert 2018

Het verplaatsen in en om de woning kan op verschillende wijzen worden ondersteunt: met een rollator, met krukken, met een trippelstoel, of met een rolstoel. Uitsluitend een rolstoel komt in aanmerking voor een voorziening op basis van de Wmo 2015. Eenvoudige mobiliteitshulpmiddelen komen voor eigen rekening cliënt Een rollator en andere eenvoudige mobiliteitshulpmiddelen komen voor eigen rekening van de cliënt. Zij worden ook niet meer vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. De reden hiervoor is dat de verzekerden zelf een verantwoordelijkheid hebben en dat zij zorg waarvan de kosten te overzien zijn en die bij het dagelijks leven behoren, zelf worden geacht te kunnen dragen. Voorbeelden van eenvoudige mobiliteitshulpmiddelen zijn krukken, loophulpen met drie of vier poten, looprekken en rollators. Analoog aan de uitleg van artikel 15 Participatiewet, zijn de eenvoudige mobiliteitshulpmiddelen uit de toenmalige AWBZ geschrapt omdat deze voorzieningen gezien de lage kosten en de duurzaamheid voor eigen rekening komen. Er kan weliswaar - voor de problematiek in voorkomende gevallen - aanleiding zijn voor de noodzaak tot ondersteuning, maar de eenvoudige mobiliteitshulpmiddelen zijn bewust door de wetgever uit de voorliggende wettelijke regelingen gehaald. Het ligt dan ook niet op de weg van het college om op grond van de Wmo 2015 die voorziening te verstrekken. Uitleen van hulpmiddelen De uitleen van bovengenoemde hulpmiddelen valt onder de werking van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Of een verzekerde in aanmerking komt voor hulpmiddelen via de uitleen is afhankelijk van de vraag voor welke termijn hij daarop is aangewezen. In de praktijk wordt een termijn van zes maanden gehanteerd (2 x 3 maanden uitleen).

Rechtspraak bij dit artikel