Het college beoordeelt of de cliënt, of zijn vertegenwoordiger/gemachtigde, in staat is om een pgb te beheren. Hiertoe onderzoekt het college de volgende feiten en omstandigheden:
de mate van beheersing van de Nederlandse taal;
De mate van beperkingen (licht, matig, zwaar) op het terrein van in ieder geval:
sociale redzaamheid;
probleemgedrag;
psychisch functioneren;
geheugen- en oriëntatie.
Het vermogen om een overeenkomst op te stellen en aan te gaan ten aanzien van de besteding van het pgb;
Het vermogen om degene, die met behulp van het pgb de maatschappelijke ondersteuning biedt, aan te sturen.
Het pgb wordt niet verstrekt als er een aanmerkelijke kans bestaat dat er beslag op wordt gelegd.
Artikel 8.2
Geschiktheidseisen aan beoogd budgethouder
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Weert 2018