Naar hoofdinhoud
1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt, deze in bezit heeft, dan wel gedurende de beoogde periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig de volgende leden een lagere bijdrage is verschuldigd. 3.. In afwijking van artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 wordt: de maximale periodebijdrage verlaagd door het percentage, genoemd in dat lid, te verlagen naar 10%; de inkomensafhankelijke grens verhoogd met 10%; het marginaal tarief verlaagd naar 9%. 4.. De kostprijs van: een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de prijs waarvoor de gemeente de maatwerkvoorziening afneemt van een aanbieder; een maatwerkvoorziening, niet zijnde diensten, in de vorm van een pgb, is gelijk aan het bedrag dat in de vorm van het pgb is toegekend; een dienst in natura bedraagt een vast bedrag van €150,00 per 4 weken; een dienst in de vorm van een pgb bedraagt de hoogte van het pgb per 4 weken tot een maximum van €150,00 per 4 weken. 5.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening ten behoeve van een woonvoorziening voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 6.. De bijdrage in de kosten voor beschermd wonen en opvang wordt vastgesteld en geïnd door het college van de gemeente Venlo.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel