Naar hoofdinhoud
1.. In dit artikel en volgende artikelen van paragraaf 2 wordt verstaan onder jeugdhulpaanbieder: de jeugdhulpaanbieder in de zin van de wet die specialistische, hoogspecialistische jeugdhulp of overige jeugdhulp aanbiedt zoals bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2 en 3.3, tenzij specifiek aangegeven is dat het om één of twee van de genoemde jeugdhulpvormen gaat. 2.. Het college kent een individuele voorziening toe door middel van een besluit dat toegang geeft tot: specialistische of hoog specialistische jeugdhulp zoals bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2 binnen een bepaald ondersteuningsprofiel en met een bepaalde intensiteit; overige jeugdhulp als bedoeld in artikel 3.3 volgens de in het besluit omschreven zorgvorm en het beoogde resultaat. Voor zover aan de inzet van de zorg een duidelijk afgebakende periode is gekoppeld, bevat het besluit tevens een vermelding van de zorgduur. 3.. Het college neemt het besluit als bedoeld in het tweede lid op grond van het gesprek over de hulpvraag met de jeugdige en/of zijn ouders en het opgestelde perspectiefplan, zoals bedoeld in artikel 3.5, en wanneer het gaat om een persoonsgebonden budget, aanvullend op grond van het pgb-plan zoals bedoeld in artikel 3.6. 4.. Het gesprek, zoals bedoeld in artikel 3.5, kan achterwege gelaten worden, wanneer: de huisarts, jeugdarts of medisch specialist conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel g van de wet of gecertificeerde instelling verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp als bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2; in crisissituaties waar de onmiddellijke uitvoering van specialistische of hoog specialistische jeugdhulp geen uitstel duldt. 5.. In de in het vierde lid, onderdeel a, genoemde gevallen neemt het college het besluit als bedoeld in het tweede lid, onder a, op grond van het verzoek tot een zorgtoewijzing van de betrokken jeugd-hulpaanbieder van jeugdhulp als bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2. 6.. Wanneer de huisarts, jeugdarts of medisch specialist conform artikel 2.6, eerste lid, onderdeel g, van de wet of gecertificeerde instelling verwezen heeft naar specialistische en hoog specialistische jeugdhulp, neemt het college het besluit als bedoeld in het tweede lid, onder a, op grond van het door de jeugdige en/of zijn ouders – al dan niet met ondersteuning van de verwijzende huisarts, jeugdarts, of medisch specialist of het kernteam Jeugd – opgestelde perspectiefplan, en de toets hiervan door het kernteam Jeugd. 7.. Wanneer een jeugdige en/of zijn ouders zwaarwegende bezwaren hebben tegen de betrokkenheid van het kernteam Jeugd bij de toetsing van het perspectiefplan kunnen zij gebruik maken van een opt-out-regeling. Het college neemt dan het besluit enkel op aanwijzing van en in samenspraak met de jeugdhulpaanbieder. 8.. Het college neemt een besluit voor een individuele voorziening voor behandeling van ernstige enkelvoudige dyslexie, wanneer de poortwachter van het SWV Zaanstreek – Waterland hiertoe een raadgevend advies geeft. 9. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de ondersteuningsprofielen en intensiteiten zoals bedoeld in het tweede lid, onder a. 10.. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de zorgvormen, zorgduur en formulering van beoogd resultaat zoals bedoeld in artikel 3.3,eerste lid, onder b.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel