Begripsomschrijvingen.
Deze verordening verstaat onder:
a.vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde
mobiele kampeeronder-
komens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd
voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en
andere recreatieve
doeleinden;
b.mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s,
toercaravans en
soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke
voertuigen welke bestemd zijn voor dan wel
gebezigd worden als
verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;
c.niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere
verblijven, of gedeelten daarvan,
niet-zijnde mobiele kampeer
onderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak zijn
bestemd
als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch
wel in bepaalde
perioden van het jaar voor die doeleinden worden
verhuurd dan wel te huur worden aangeboden;
d.vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is
voor het gedurende een
seizoen of een jaar plaatsen van een
zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.
Artikel 2.
Artikel 2.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting