Het college wijst een aanvraag af, indien:
het budget niet toereikend is om de aanvraag te honoreren;
de werkelijke kosten naar zijn oordeel niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;
de werkelijke kosten minder bedragen dan € 2.500,-;
de aanvraag bij hem wordt ingediend ná het treffen van de duurzaamheidsmaatregelen;
naar zijn oordeel gegronde redenen bestaan aan te nemen dan wel vastgesteld wordt, dat niet aan de voorwaarden en bepalingen van deze verordening wordt of zal worden voldaan.
Artikel 9 Beleidsdoelen
Het college besluit aanvrager een Duurzaamheidslening toe te kennen, indien uit de aanvraag blijkt dat met het treffen van de duurzaamheidsmaatregelen aantoonbaar wordt bijgedragen aan een of meer van de hiernavolgende beleidsdoelen:
een beperking van de energievraag, dan wel een vermindering van CO2 uitstoot;
het verhogen van het aandeel duurzame energiebronnen in de energievoorziening van de woning van aanvrager.