**1..** Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.
**2..** Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.
**3..** De hoogte van een pgb:
wordt vastgesteld aan de hand van een door de persoon opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden;
wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, wordt deze indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en
bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura.
**4..** De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor:
huishoudelijke ondersteuning:
voor een formele hulp wordt een bedrag beschikbaar gesteld dat gelijk is aan 90% van de kosten in natura;
voor een informele hulp wordt een bedrag beschikbaar gesteld dat gelijk is aan 85% van de kosten in natura;
ondersteuning zelfstandig leven:
voor een formele hulp wordt een bedrag beschikbaar gesteld dat gelijk is aan 90% van de kosten in natura;
voor een informele hulp wordt een bedrag beschikbaar gesteld van € 20,24 per persoon per uur;
ondersteuning maatschappelijke deelname:
voor een formele hulp wordt een bedrag beschikbaar gesteld dat gelijk is aan 90% van de kosten in natura;
voor een informele hulp wordt een bedrag beschikbaar gesteld van € 20,24 per persoon per dagdeel;
kortdurend verblijf:
voor een formele hulp wordt een bedrag beschikbaar gesteld dat gelijk is aan 90% van de kosten in natura;
voor een informele hulp wordt een bedrag beschikbaar gesteld van € 30,36 per persoon per etmaal;
vervoer van en naar de dagbesteding:
voor een formele hulp wordt een bedrag beschikbaar gesteld dat gelijk is aan 90% van de kosten in natura;
rolstoel: op basis van de kostprijs die geldt bij koop van de rolstoel die de persoon zou hebben ontvangen als de rolstoel in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met de termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten;
sportvoorziening: de hoogte van een pgb voor een sportvoorziening bedraagt maximaal € 2.914,34, welke is bedoeld als tegemoetkoming in aanschaf, onderhoud en reparatie voor een periode van drie jaar;
vervoersvoorziening: op basis van de kostprijs die geldt bij koop van de vervoersvoorziening die de persoon zou hebben ontvangen als de vervoersvoorziening in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met de termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten;
overige vervoersvoorzieningen: bij de vaststelling wordt per kalenderjaar uitgegaan van de werkelijke kosten met een maximum van:
voor het gebruik van een bruikleenauto maximaal € 657,93;
voor het gebruik van een taxi maximaal € 1.196,47;
voor het gebruik van eigen auto maximaal € 1.196,47-;
voor het gebruik van rolstoeltaxi maximaal € 1.727,07,-;
een autoaanpassing: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd;
woningaanpassing: de maximale hoogte van een pgb voor een woningaanpassing voor het geschikt maken van de woning van de aanvrager bedraagt 100% van het bedrag zoals vermeld in de door de gemeente geaccepteerde offerte of van het bedrag dat vastgesteld is met behulp van een bouwkundig calculatiebureau;
verhuiskosten en herinrichtingskosten: op basis van de laagste kostprijs met een maximum van € 3.718,09,-. Het pgb voor verhuiskosten en herinrichtingskosten bedraagt maximaal € 7.378,11 voor de persoon die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van de persoon, de woonruimte heeft ontruimd;
bezoekbaar maken van een woning voor een Wlz-bewoner: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassing met een maximum van € 1.982,84;
training gesloten buitenwagen en scootmobiel: wanneer blijkt dat de persoon onvoldoende in staat is aan het verkeer deel te nemen met een op grond van deze verordening verstrekte gesloten buitenwagen of scootmobiel wordt een pgb versterkt als tegemoetkoming in de kosten van een training tot maximaal vijf lessen.
**5..** Een persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als:
deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het op grond van het derde en vierde lid gehanteerde tarief, en
tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 12.