**1..** Een persoon komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen, als gevolg waarvan hij niet voldoende in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en voor zover de persoon deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen
op eigen kracht;
met gebruikelijke hulp;
met mantelzorg;
met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk;
met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of
met gebruikmaking van algemene voorzieningen.
**2..** Voor een maatwerkvoorziening komt tevens in aanmerking een persoon met psychische of psychosociale problemen ter compensatie van problemen bij het zich handhaven in de samenleving en een persoon die de thuissituatie, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, heeft verlaten en voor zover de persoon deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen
op eigen kracht;
met gebruikelijke hulp;
met mantelzorg;
met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk;
met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of
met gebruikmaking van algemene voorzieningen.
**3..** De maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste lid levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de persoon zelfredzaam en in staat is tot participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
**4..** De maatwerkvoorziening als bedoeld in het tweede lid levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de persoon aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de persoon in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
**5..** Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopste adequate voorziening.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 9.