Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 14

Niet nakomen van overige verplichtingen

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Venlo 2018

1.. Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Wet of artikel 38 eerste lid van het Bbz niet of onvoldoende nakomt, wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op: 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling; 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand; 40% van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot vermindering van de bijstand; 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot beëindiging van de bijstand. 2.. De bijstand wordt verlaagd met 10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand als niet of niet tijdig gehoor wordt gegeven aan een oproep van het college of een door het college aangewezen organisatie voor de uitvoering van de Wet om op een bepaalde tijd en plaats te verschijnen. 3.. De bijstand wordt verlaagd met 20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand als een belanghebbende voor de eerste keer niet verschijnt bij het afnemen van de toets zoals opgenomen in artikel 18b van de Wet. 4.. De bijstand wordt verlaagd met 40% van de uitkeringsnorm gedurende één maand als een belanghebbende voor de tweede keer niet verschijnt bij het afnemen van de toets zoals opgenomen in artikel 18b van de Wet. 5.. De bijstand wordt verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand als een belanghebbende voor de derde keer of vaker niet verschijnt bij het afnemen van de toets zoals opgenomen in artikel 18b van de Wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel