Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6, tweede lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Deze besluiten worden niet herzien, tenzij in het voordeel van belanghebbende.