Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: A.Boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; B.Houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen; C.Deskundig boomverzorger: een deskundige terzake van de verzorging van bomen en houtopstanden, die lid is van de Kring van Praktiserende Boomverzorgers (KPB) en/of lid is van de Nederlandse Vereniging van Beëdigde Taxateurs van Bomen (NVBTB).

Rechtspraak bij dit artikel