**1..** Verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid:
Uitgangspunt is de eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid. Inwoners hebben een eigen verantwoordelijkheid in de keuzes die zij maken wat betreft het wonen, daarbij rekening houdend met voorziene omstandigheden. Ondanks dat hier rekening mee gehouden is kan het voorkomen dat door veranderende omstandigheden ondersteuning nodig is in de vorm van een woonvoorziening.
**2..** Voorzienbaarheid:
Uit de criteria voor een maatwerkvoorziening in artikel 9, lid 3 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst blijkt dat de cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als de noodzaak tot ondersteuning:
Redelijkerwijs niet van te voren had kunnen voorzien of had kunnen voorkomen;
van cliënt niet verwacht kon worden dat hij maatregelen getroffen zou hebben die de hulpvraag overbodig hadden gemaakt. Dit betekent bijvoorbeeld dat wanneer cliënt verhuist naar de woning waarvan bij verhuizing duidelijk is dat deze niet geschikt is voor de cliënt of zijn huisgenoten dat cliënt niet in aanmerking komt voor woningaanpassingen.
**3..** Primaat van verhuizing:
Uitgangspunt is primaat van verhuizen. Onder het primaat van verhuizen wordt verstaan dat de verlening van de voorziening van verhuizing en inrichting voorrang heeft op andere woonvoorzieningen.
**4..** Verhuis- en herinrichtingskosten:
Een verhuizing die samen hangt met een levensfase (bijvoorbeeld ouder worden en kleiner en gelijkvloers willen gaan wonen) is voorzienbaar. Deze verhuizingen zijn algemeen gebruikelijk waarvoor gereserveerd moet worden. Voor voorzienbare verhuizingen wordt geen verhuiskostenvergoeding verstrekt.
Ondersteuning of een persoonsgebonden budget bij een verhuizing kan worden toegekend wanneer de cliënt een aangepaste woning op verzoek van de gemeente verlaat. Het betreft situaties waarbij de persoon voor wie de woning was aangepast is verhuisd of wanneer een partner is overleden waarvoor de aangepaste woning noodzakelijk was.
In uitzonderlijke situaties kan een persoonsgebonden budget worden geboden voor tijdelijke dubbele woonlasten (maximaal 3 maanden) bijvoorbeeld wanneer cliënt gedurende de uitvoering van de woningaanpassing niet in de eigen woning kan wonen.
**5..** Woningaanpassing
Geen voorziening in de vorm van woningaanpassing wordt getroffen als:
de kosten van de maatwerkvoorziening meer bedragen van € 50.000,-, tenzij weigering van de betrokken woonvoorziening – gelet op het belang dat de wet beoogt te beschermen – zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard;
er geen direct oorzakelijk verband is tussen de beperkingen van de belanghebbende en de bouwkundige of woontechnische staat van de woning, waaronder ook de toegankelijkheid van de woning;
de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning. Als uitzondering geldt dat vooraf door het college toestemming is verleend voor de verhuizing;
het maatwerkvoorzieningen betreft in gemeenschappelijke ruimten;
de noodzaak tot het treffen van een voorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud aan de woning;
de voorziening betrekking heeft op renovatie of aanpassing aan de eisen van de tijd;
de cliënt voor het eerst zelfstandig gaat wonen of verhuisd naar een recreatiewoning;
**6..** Wanneer de cliënt in een instelling woont kan één woning waar hij regelmatig op bezoek komt logeerbaar gemaakt worden. Enkel in geval van aantoonbaar co-ouderschap kunnen twee woningen logeerbaar worden gemaakt wanneer de cliënt regelmatig bij beide ouders/verzorgers woont.
**7..** Tijdelijke huisvesting:
Dubbele woonlasten in verband met tijdelijke huisvesting elders in verband met het aanpassen van de huidige of nog te betrekken woning wordt vastgesteld op de huurkosten van de tijdelijk te betrekken woonruimte.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Woonvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst