Het passantenhavengeld wordt geheven van de gezagvoerder of de schipper en bij gebreke van die, van de eigenaar of beheerder van het pleziervaartuig, dat in de passantenhaven verblijft. De belastingplicht begint zodra na aankomst van het vaartuig het verblijf een aanvang neemt.
Hoofdstuk D.
Artikel 23.