Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens, recreatiewoningen, groepsaccommodaties, niet beroepsmatig verhuurde ruimten of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;
niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd danwel te huur aangeboden;
groepsaccommodatie: beroepsmatig verhuurde ruimten die bestemd zijn voor verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden door groepen van 30 personen of meer;
recreatiewoning: permanent aanwezige recreatieve woning op voor recreatieve doeleinden bestemde terreinen;
boerderijkamer: (deel van) een (voormalig) agrarisch gebouw welke blijvend is ingericht voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht in zelfstandige eenheden, danwel in kamers van beperktere omvang. Het gaat hier om een logiesaccommodatie die mede tot doel heeft de agrarische leefomgeving te ervaren;
appartement: zelfstandige eenheid in een gedeelte van een gebouw;
kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen.
vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar;
slaapplaats: een bed of soortgelijke inrichting in het onderkomen, de ruimte, of de accommodatie, welke naar de aard bedoeld en geschikt is om de nachtrust te genieten;
maand: een kalendermaand.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2018