**1..** Het is verboden op openbare terreinen:
zich in of op kunstwerken of bouwwerken en overige niet voor dit specifieke doel bestemde eigendommen van het recreatieschap te bevinden;
bomen, struiken, riet of andere planten, bouwwerken en goederen zodanig te ge-bruiken waardoor de hiervoor genoemde zaken geheel of gedeeltelijk verloren gaan danwel op een zodanige wijze beschadigd worden dat onder andere het belang van de bezoeker, recreant en gebruiker wordt geschaad;
sport- of andere activiteiten te beoefenen die in strijd met het doel zijn;
vaartuigen neer te leggen, te laten liggen, te water te laten of tegen de oever op te trekken;
voertuigen, die niet of kennelijk niet rijklaar zijn langer dan twaalf uur te laten staan;
de als zodanig aangeduide vissteigers te gebruiken anders dan voor het doel waar-voor deze bestemd zijn;
zich op de stranden te gedragen op zoda-nige wijze dat schade, gevaar of hinder veroorzaakt wordt of kan worden veroor-zaakt aan personen, dieren of goederen;
te overnachten en/of voor dat doel van zonsondergang tot zonsopkomst onder andere kampeermiddelen te laten staan.
**2..** Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing voor die voorzieningen waarvan de Raad de bestemming en het gebruik in beheer- en inrichtingsplannen heeft vastgesteld of waarvoor vergunning, ontheffing of toestemming is afgegeven.
**3..** Het in het eerste lid onder c, d en h bedoelde verbod geldt niet voor de daarvoor door het College aangewezen plaatsen.
Hoofdstuk II. › Paragraaf A.
Artikel II.1