**1..** Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond in het werkingsgebied te laten lopen of verblijven:
zonder een halsband, een identificatie- kenmerk of een ander onderscheidingsteken, dat de eigenaar van een hond duidelijk doet kennen; en
zonder dat die hond kort is aangelijnd, met een lijn waarvan de lengte, gemeten van hand tot halsband, niet meer dan 1,50 meter bedraagt.
**2..** De eigenaar of houder van een hond draagt er zorg voor, dat dit dier geen:
overlast veroorzaakt aan anderen;
uitwerpselen achterlaat (opruimplicht).
**3..** Het College kan gebieden en tijdstippen aanwijzen waar het verboden is zich met een hond te bevinden.
**4..** Het College kan gebieden aanwijzen waar de aanlijning van een hond en/of de opruimplicht niet gelden.
**5..** Dit artikel geldt niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begelei-den en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is.
Hoofdstuk II. › Paragraaf A.
Artikel II.5