Naar hoofdinhoud
1.. Aan een op grond van deze verordening ver-leende vergunning of ontheffing kunnen voor-waarden en beperkingen worden verbonden. Deze voorwaarden en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het be-lang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. In voor-komende gevallen kunnen zonder meer eisen gesteld worden naar aard, omvang en deskun-digheid. Waar het gaat om het verbod gesteld in artikel IV.1 kan een aanvraag om een ont-heffing of vergunning niet worden geweigerd op grond van de inhoud van de handelsreclame. 2.. Onverminderd het gestelde in het eerste lid vindt - waar nodig - overleg plaats met de be-treffende overheden en/of beherende instan-ties in het gebied van het recreatieschap. In ieder geval wordt een besluit voor opslagplaat-sen en dempingen zoals bedoeld in de artikel V.2 en V.3 niet eerder genomen dan na over-leg met de betreffende gemeente en/of het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Ten aanzien van evenemen-ten is het gestelde in de toelichting op bladzijde 18 van toepassing. 3.. Degene aan wie op grond van deze verorde-ning een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht om de daaraan verbonden voor-waarden en beperkingen na te komen. 4.. Een vergunning of ontheffing wordt, tenzij anders bepaald in deze verordening, zonder meer geweigerd in het belang van de orde, veiligheid en zedelijkheid zoals nader uitge-werkt in de hoofdstukken II en III van deze verordening en voor zover in strijd met de Wet Natuurbescherming en daaraan te relateren (Europese) richtlijnen.

Rechtspraak bij dit artikel