Naar hoofdinhoud
1.. Behoudens een ontheffing van het College is het verboden in het gebied, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart opschriften, aankondigingen, afbeeldingen of constructies met het oogmerk om handelsreclame te uiten, te plaatsen, welke zichtbaar zijn vanaf een openbare weg, een openbaar vaarwater, een spoorweg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats. 2.. Het is de eigenaar, andere zakelijk gerechtigde of gebruiker van enige onroerende zaak in het gebied verboden deze zaak geheel of ten dele, al dan niet door middel van enige daarop aan-wezige roerende zaak aan te wenden of de aanwending daarvan te gedogen voor op-schriften, aankondigingen, afbeeldingen of constructies met oogmerk handelsreclamedoeleinden te uiten, welke zichtbaar zijn vanaf een openbare weg, een openbaar vaarwater, een spoorweg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats. 3.. Het in het eerste en het tweede lid vervatte verbod is niet van toepassing op: opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf een openbare weg, een openbaar vaarwater, een spoor-weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats; opschriften, aankondigingen of afbeeldingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid; opschriften, aankondigingen of afbeeldingen kleiner dan 0,5 m2 en langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebbend op: een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; het beroep, de dienst of het bedrijf, dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd; aankondigingen van tijdelijke aard ten behoeve van een niet vaker dan eenmaal per jaar in het gebied waarin de aankondiging is aangebracht, te houden openbare wedstrijd of evenement, welke niet behoort tot de gebruikelijke commerciële uitoefening van een beroep, bedrijf of dienst, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, doch voor niet langer dan drie maanden en mits: niet meer dan twee aankondigingen per openbare wedstrijd of evenement worden aangebracht; - de aankondigingen niet vaker dan eenmaal per jaar worden aangebracht en de tijdelijke aard blijkt uit een datumaanduiding in de aankondigingen. tijdelijke opschriften, aankondigingen of af-beeldingen die betrekking hebben op een werk in uitvoering, waarvoor van overheids-wege opdracht is gegeven, mits zij onmid-dellijk bij het werk zijn geplaatst en niet langer aanwezig zijn dan de uitvoering van dat werk duurt; opschriften, aankondigingen of afbeeldin-gen, welke dienen tot het openbaren van gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet; opschriften, aankondigingen of afbeeldin-gen, waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer; op constructies ten behoeve van de onder a tot en met g bedoelde opschriften, aankondigingen of afbeeldingen. 4.. Onverminderd het bepaalde in artikel I.3 kan een ontheffing worden geweigerd: op grond van storing of ontsiering van het landschap; op grond van aantasting van het type, het karakter of de schaal van het landschap; op grond van aantasting van het natuurlijk milieu, of ter bescherming van terreinen of wateren, die ecologische, cultuur-historische, archeologische, geomorfologische, recreatieve of toeristische waarden hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel