Behoudens een ontheffing van College is het de eigenaar, andere zakelijk gerechtigde of gebruiker van enige onroerende zaak in de door het College aangewezen delen van het werkingsgebied verboden wateren of drassige terreinen, hoe ook genaamd, geheel of gedeeltelijk te dempen of te gedogen, dat deze geheel of gedeeltelijk worden gedempt.
Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing, voor zover in het geregelde onder-werp niet voorzien wordt door de Wet milieu-beheer, de Waterwet of de Wet Natuurbescherming.
Aan een ontheffing van het in het eerste lid bedoelde verbod kunnen slechts voorwaarden en beperkingen worden verbonden ter be-scherming van de in artikel V.1, vierde lid bedoelde belangen.
Hoofdstuk V.
Artikel V.3