**1.** De vergunning moet worden geweigerd indien:a. niet is voldaan of naar redelijke verwachting niet zal worden voldaan aan de regelen gesteld bij of krachtens deze verordening;b. de aanvraag betrekking heeft op een gebouwde groepsaccommodatie in een gebied, dat niet bij een bestemmingsplan uitsluitend of mede daarvoor is aange¬wezen, het toepasselijke overgangsrecht hiertoe geen mogelijkheid biedt en de verlening van vrijstelling c.q. binnenplanse wijziging uitgesloten is.
**2.** De vergunning kan worden geweigerd indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de gebouwde groepsaccommodatie en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van die groepsaccommodatie.
**3.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, kan in het aldaar onder b genoemde geval de vergunning worden verleend, indien voor de inrichting of uitbreiding van de gebouwde groepsaccommodatie een aanleg- of bouwvergunning is vereist en die vergunning met toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en artikel 46, achtste lid, van die wet onderscheidenlijk artikel 50, achtste lid, van de Woning¬wet reeds is verleend.