De ambtenaar die een vermoeden van een misstand wil melden, doet
dit bij zijn direct leidinggevende, diens leidinggevende of de
daartoe aangewezen vertrouwenspersoon.
De ambtenaar kan de direct leidinggevende, diens leidinggevende
of de vertrouwenspersoon verzoeken zijn identiteit bij het
college niet bekend te maken. De ambtenaar kan dit verzoek te
allen tijde herroepen.
De leidinggevende dan wel de vertrouwenspersoon draagt er zorg
voor dat het college onverwijld op de hoogte wordt gesteld van
een gemeld vermoeden van een misstand en van de datum waarop de
melding ontvangen is.
Naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een
misstand stelt het college onverwijld een onderzoek in.
Het college zendt aan de ambtenaar dan wel de direct
leidinggevende, diens leidinggevende of de vertrouwenspersoon
die een vermoeden van een misstand heeft gemeld, een
ontvangstbevestiging.
De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een misstand en
het moment waarop de ambtenaar het vermoeden aan de leidinggevende of de
vertrouwenspersoon heeft gemeld.