Naar hoofdinhoud
1.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.. In deze verordening wordt verstaan onder: arbeidsverplichting: de verplichting als bedoeld in artikel 9 eerste lid, aanhef sub a PW, dan wel een verplichting die strekt tot arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 55 PW, dan wel verplichtingen die de uitkeringsgerechtigde op grond van de uitkering die hij ontvangt heeft, voor zover die verplichtingen strekken tot arbeidsinschakeling en/of re-integratie; echtparennorm: de norm genoemd in artikel 21 aanhef sub b PW; inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de PW, en de algemene bijstand; peildatum: de datum waar op om de individuele inkomenstoeslag wordt verzocht, voor zover deze datum niet ligt vóór de dag waarop belanghebbende zich heeft gemeld om de toeslag aan te vragen; PW: Participatiewet; referteperiode: periode van 3 kalenderjaren voorafgaand aan de peildatum; studerend: het uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgen; Svb: Sociale verzekeringsbank; uitkeringsgerechtigde: belanghebbende bedoeld in artikel 1 onder l van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel