Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Bijdrage in de kosten van beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Onderdeel van Besluit beschermd wonen en opvang 2017

3.2.1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang, als bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, zolang de cliënt van de voorziening gebruik maakt, dan wel gedurende de beoogde periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 3.2.2. De bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening voor opvang, zoals bedoeld in artikel 2.1.4, zesde lid Wmo 2015, wordt vastgesteld en geïnd door het college. 3.2.3. De bijdrage in de kosten voor de voltijdsopvang is gelijk aan het verschil tussen de voor de cliënt geldende bijstandsnorm en de norm persoonlijke uitgaven. Indien de aanbieder geen voeding verstrekt, wordt de norm persoonlijke uitgaven verhoogd met een bedrag voor voeding, gelijk aan het bedrag dat het Nibud hiervoor hanteert. 3.2.4. Voor cliënten van 18 tot en met 20 jaar in de in de opvang van de maatschappelijke opvang bedraagt de bijdrage in de kosten € 300,- per maand. 3.2.5. Voor cliënten in de opvang van de vrouwenopvang bedraagt de bijdrage in de kosten € 207,14 per maand, waarbij de cliënten zelf verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse voeding. 3.2.6. Een maand bestaat uit dertig (30) dagen. 3.2.7. De bijdrage in de kosten voor voltijdsopvang wordt voor de cliënt bepaald per maand, waarbij de bijdrage is verschuldigd voor iedere dag dat de cliënt gebruik maakt van de voltijdsopvang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel