**1..** In aanvulling op artikel 3.1 komt een cliënt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening beschermd wonen, anders dan in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, indien:
de cliënt als gevolg van een psychiatrische aandoening, niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving;
de cliënt een beperkte zelfredzaamheid heeft;
er voor de cliënt sprake is van de noodzaak tot bescherming van zichzelf of zijn omgeving, en
de cliënt niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen kunnen opheffen.
**2..** Het college verbindt aan de maatwerkvoorziening de voorwaarden die noodzakelijk zijn voor het behalen van het beoogde resultaat. Deze voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op:
de medewerking van de cliënt aan de verduidelijking van de ondersteuningsbehoefte;
de medewerking van de cliënt aan de uitvoering van de maatwerkvoorziening, en
het naleven van de cliënt van de leef- en gedragsregels binnen de maatwerkvoorziening.
**3..** Het college stelt jaarlijks de eigen bijdrage voor deze voorziening vast bij regeling.
**4..** Indien de cliënt onder de indicatiestelling beschermd wonen extramurale zorg ontvangt geldt geen eigen bijdrage.
**5..** Het college kan nadere regels stellen inzake de toegang, aard, inhoud en omvang van de in dit artikel genoemde maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.11
Beschermd wonen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2018