Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.7

Woningaanpassing

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2018

1.. In aanvulling op artikel 3.1 komt een cliënt in aanmerking voor een woningaanpassing wanneer deze langdurig noodzakelijk is en een verhuizing niet de goedkoopst compenserende voorziening is of naar het oordeel van het college niet gevergd kan worden. 2.. De voorziening wordt slechts verstrekt indien: de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen, of de cliënt zijn hoofdverblijf in een erkende zorginstelling heeft en de voorziening noodzakelijk is voor het logeerbaar maken van een andere woonruimte dan waar de cliënt met beperkingen zijn hoofdverblijf heeft. 3.. De bijdrage voor een voorziening ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 4.. Het college stelt jaarlijks de eigen bijdrage voor deze voorziening vast bij regeling. 5.. Het college kan nadere regels stellen inzake de toegang, aard, inhoud en omvang van de in dit artikel genoemde maatwerkvoorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel