In deze verordening wordt verstaan onder:
-aanbieder:
natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren;
-advies:
een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, lid 8, van de wet;
- afwegingskader 16-23:
het college kan aan de hand van dit kader vanaf 1 januari 2020 voor jongeren van 16 tot 23 jaar afhankelijk van hun ondersteuningsbehoefte de meest passende ondersteuning (specialistische jeugdhulp of ondersteuning vanuit de Wmo 2015) bepalen.
-algemeen gebruikelijke middelen:
middelen die normaal in de handel verkrijgbaar zijn en ook door mensen zonder beperkingen kunnen worden aangeschaft en gebruikt of die niet aanzienlijk duurder zijn dan middelen met vergelijkbare functies;
-algemene voorziening:
aanbod van diensten of activiteiten dat zonder voorafgaand onderzoek of met een beperkte beoordeling, toegankelijk is en is gericht op maatschappelijke ondersteuning;
-andere voorziening:
voorziening gericht op maatschappelijk ondersteuning, anders dan gefinancierd op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
-beleid(sregel):
vervalt
-bijdrage:
eigen bijdrage zoals bedoeld in artikel 2.1.4, lid 1, van de wet;
-budgetplan:
plan bij het verstrekken van de voorziening als pgb, dat aan de hand van de door het college verstrekte criteria wordt opgesteld door de cliënt, zie ook persoonlijk plan;
-cliënt:
een persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet;
-cliёntondersteuning:
onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;
- collectief aanvullend vervoer:
maatwerkvoorziening voor lokaal sociaal recreatief vervoer dat door het college wordt aangeboden aan personen die ten gevolge van beperkingen geen gebruik kunnen maken van eigen of openbaar vervoer en waarbij het uitgangspunt is dat men samen met anderen wordt vervoerd;
-college:
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag;
-dakloos:
feitelijk daklozen zijn personen die voor hun overnachting vooral aangewezen zijn op straat, op een kortdurend verblijf in laagdrempelige opvangvoorzieningen (minimaal 10 nachten per jaar) of een tijdelijk onderkomen bij familie, vrienden of kennissen;
- dak- en thuislozen:
personen die voor hun overnachting vooral aangewezen zijn op straat, op een kortdurend verblijf in laagdrempelige opvangvoorzieningen (minimaal 10 nachten per jaar) of een tijdelijk onderkomen bij familie, vrienden of kennissen;
-eigen bijdrage:
bijdrage zoals bedoeld in artikel 2.1.4, lid 1, van de wet;
- forfaitaire periode:
de ondersteuning zoals bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, onder a, van deze Verordening;
-formele ondersteuning:
ondersteuning of zorg die vanuit een hulpverlenend beroep en volgens een professionele standaard plaatsvindt;
-gebruikelijke hulp:
hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten;
-gebruikelijke ondersteuning:
ondersteuning die vanuit een andere (wettelijke) voorziening, het sociale netwerk, mantelzorg, een algemene voorziening, een algemeen gebruikelijk middel, zelfredzaamheid, eigen kracht, gebruikelijke hulp of die vanuit een welzijns- of vrijwilligersorganisatie wordt gegeven en leidt tot een verminderd beroep op de ondersteuning die vanuit de wet noodzakelijk is;
-gesprek:
het mondeling contact na een melding zoals bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet waarin het college met degene die maatschappelijke ondersteuning vraagt zijn gehele situatie inventariseert ten aanzien van zijn mogelijkheden om met gebruikelijke ondersteuning zijn zelfredzaamheid of participatie te verbeteren of te voorkomen dat hij gebruik moet maken van beschermd wonen of opvang;
-hulpvraag:
behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
-informele ondersteuning:
ondersteuning of zorg die niet vanuit een hulpverlenend beroep wordt gegeven;
-leefomgeving:
fysieke omgeving in de woon- en verblijfssituatie, ook de inrichting in en rond woningen;
-logeren:
een maatwerkvoorziening die bestaat uit een logeerfunctie;
-maatschappelijke ondersteuning:
ondersteuning die vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 wordt verleend;
-maatwerkvoorziening:
een op behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van zorg en diensten, hulpmiddelen, woningaanpassing en andere maatregelen ten behoeve van onder andere de zelfredzaamheid en participatie.
-mantelzorg:
hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;
-melding:
mededeling aan het college van een hulpvraag, zoals bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
- MWA:
een maatwerkarrangement dat op grond van de wet op maat wordt verstrekt aan een inwoner met een beperking op het gebied van zelfredzaamheid en participatie, en die (een combinatie van) huishoudelijke hulp, (woon)begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf of beschermd wonen bevat;
-nadere regels:
regelgeving die door het college wordt vastgelegd in de geldende regeling maatschappelijke ondersteuning;
-ondersteuningsplan:
plan bij het verstrekken van het MWA in natura dat aan de hand van de door het college verstrekte criteria wordt opgesteld door de zorgaanbieder in samenspraak met de cliënt, zie ook het budgetplan;
-onderzoek:
onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, van de wet;
-participatie:
deelnemen aan het maatschappelijke verkeer;
-persoonlijk plan:
plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid van de wet
-persoonsgebonden budget (pgb):
bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken;
-professionele standaard:
(zorg die) volgens professionele maatstaven of branche normen wordt verstrekt;
-regeling:
de geldende Regeling maatschappelijke ondersteuning Den Haag;
-sociaal netwerk:
personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt;
-uitvoeringsbesluit:
Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;
-vertegenwoordiger:
persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake;
-voorziening:
een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid of participatie, beschermd wonen of opvang;
- waakvlam:
de ondersteuning zoals bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, onder b, van deze Verordening;
-wet:
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015)
-zelfredzaamheid:
in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.