**1..** In aanvulling op artikel 3.1 komt een cliënt in aanmerking voor een MWA in geval de cliënt matige of zware beperkingen heeft op het gebied van:
het voeren van een huishouden;
sociaal en persoonlijk functioneren;
zelfzorg en gezondheid;
dagbesteding;
financiën;
bereik- en beschikbaarheid;
wonen (plus en intensief).
**2..** Het college onderscheidt bij de toekenning van een maatwerkarrangement de intensiteiten Basis, Plus en Intensief.
**3..** Het college stelt jaarlijks de eigen bijdrage voor de voorziening als bedoeld in het eerste lid onder a. vast bij regeling.
**4..** Het college kan in aanvulling op de gepubliceerde aanbestedingsdocumenten nadere regels stellen inzake de toegang, aard, inhoud en omvang van de in dit artikel genoemde maatwerkvoorzieningen.
** 5. .** In aanvulling op de resultaatgebieden uit het eerste lid zijn er twee categorieën:
een forfaitaire periode van maximaal 3 maanden om aan het begin van de ondersteuning de basisvoorwaarden op orde te maken voor stabilisatie, de ondersteuningsbehoefte in kaart te brengen en toe te leiden naar passende ondersteuning, hulp en zorg;
een waakvlam van maximaal 4 maanden na afloop van de ondersteuning om cliënt stabiel te houden en terugval te voorkomen.
** 6. .** Bij jongeren van 16 tot 23 jaar maakt het college op grond van het afwegingskader 16-23 de afweging of specialistische jeugdhulp of ondersteuning vanuit het MWA het meest passend is voor de jongere.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.9
Ondersteuning en wonen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2018