Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Voorschriften voor het bepalen van een redelijke kostprijs van voorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2018

1.. De kostprijs van een voorziening wordt door het college als volgt bepaald: door een aanbesteding; na een consultatie in de markt; in overleg met de aanbieder; in een door het college te verrichten onderzoek door een deskundige. 2.. De kostprijsberekening van voorzieningen wordt door het college gebaseerd op objectieve gegevens waarbij deze berekening ten grondslag wordt gelegd aan het kostprijsbesluit. 3.. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van diezelfde voorziening houdt het college bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren diensten, rekening met: de aard en omvang van de te verrichten taken of te behalen resultaten van de maatschappelijke ondersteuning; de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; een redelijke toeslag voor overheadkosten; een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; kosten voor bijscholing van het personeel; de marktprijs van de voorziening, en de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals: 1o. aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening; 2o. instructie over het gebruik van de voorziening; 3o. onderhoud van de voorziening, en 4°. verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden. 4.. Voor de waarborging van een reëel prijsniveau met de kostprijselementen zoals bedoeld in het derde lid stelt het college bij het aanbesteden of het aangaan van diensten van derden, een reële kostprijs vast als ondergrens.

Rechtspraak bij dit artikel