Indien de verordening geen normbedrag voor een maatwerkvoorziening vermeldt, wordt de hoogte van een pgb voor een zaak vastgesteld op ten hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Hierbij geldt dat:
wanneer de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs van die voorziening daarop gebaseerd, met een afschrijvingstermijn gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering; of
wanneer de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs van die voorziening daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2C
Hoogte pgb voor een zaak
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2018