Naar hoofdinhoud
1.. Een cliënt kan een bijdrage in de kosten verschuldigd zijn: voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning; voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een pgb. 2.. De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 3.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald: door een aanbesteding; na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder. 4.. De kostprijs van een pgb is gelijk aan het verstrekte bedrag. 5.. De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage in de kosten zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in het financieel besluit. 6.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb vastgesteld en geïnd door de opvangorganisatie. 7.. Als een maatwerkvoorziening in natura of een pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 1:394 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 8.. In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen bijdrage verschuldigd indien de ouders van het gezag over de cliënt zijn ontheven of ontzet. 9.. Voor de bepaling van de hoogte van de eigen bijdragen en inkomensgrenzen wordt aangesloten bij het uitvoeringsbesluit Wmo 2015; 10.. De periode waarover de eigen bijdrage geldt, is gelijk aan de looptijd van de voorziening. Uitzondering hierop zijn de bouwkundige woningaanpassingen. 11.. De duur van de eigen bijdrage voor een bouwkundige aanpassing is gelijk aan de afschrijvingstermijn van de voorziening, mits de aankoopprijs niet is overschreden. 12.. Er geldt geen eigen bijdrage voor woningaanpassingen en roerende- en losse woonvoorzieningen onder de € 500,-.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel