Naar hoofdinhoud

Afdeling I

Artikel 1

Definities en begripsomschrijvingen

Onderdeel van Parkeerverordening 2018

In deze verordening wordt verstaan onder: adres: een straatnaam en een huisnummer, waarvan het huisnummer aan het object is toegewezen op basis van een definitief huisnummerbesluit; autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen een natuurlijke persoon en een professionele autodateaanbieder; autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate; belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; bewoner: inwoner van de gemeente Hilversum die staat ingeschreven als ingezetene in de Basisregistratie Personen (Brp) van de gemeente Hilversum; centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Hilversum een overeenkomst heeft gesloten, of computer van de gemeente Hilversum bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen en parkeerrechten in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van fiscaal parkeren met gebruik van telefoon en communicatiemiddelen; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum; experiment: tijdelijke proef met een vorm van parkeerregulering die buiten de bepalingen van deze verordening valt; gehandicaptenparkeerkaart: een vergunning waarmee bij algemene en kenteken gebonden gehandicapten parkeerplaatsen geparkeerd mag worden en waarmee in combinatie met een parkeerschijf maximaal drie uur geparkeerd mag worden bij betaald parkeerplaatsen en vergunninghouderplaatsen; houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven. Als houder van een motorvoertuig wordt mede beschouwd: degene die gebruik maakt van een leaseauto, zoals blijkt uit een verklaring ter zake van de kentekenhouder (leasemaatschappij); de werknemer die (nagenoeg) permanent ten behoeve van zijn werkzaamheden de beschikking heeft over een voertuig dat op naam staat van zijn werkgever, zoals blijkt uit een verklaring ter zake van de werkgever; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990, met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990, met uitzondering van motorfiets zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990 en de geldigheid van het kenteken van het motorvoertuig niet door de dienst Wegverkeer is geschorst; parkeerapparatuur: parkeer meters, voor het betalen van de parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons, parkeerautomaten; met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur; parkeerrecht: het recht dat op basis van het vigerende parkeerbeleid aan een natuurlijke of rechtspersoon wordt gegeven om een motorvoertuig te parkeren; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijke voorschrift is verboden; RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen; vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; zelfstandige woning: woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning.

Rechtspraak bij dit artikel