Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4.

Onderzoek

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2018

1.. Een gesprek met de cliënt, dan wel met zijn vertegenwoordiger, voor zover mogelijk met zijn mantelzorger en voor zover nodig met zijn familieleden, maakt deel uit van het onderzoek. Als de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning voldoende bekend is, kan in overleg met de cliënt worden afgezien van een gesprek. 2.. Tijdens het gesprek over de hulpvraag tussen het college, de cliënt en mogelijk andere betrokkenen komt aan de orde de mogelijkheden: van de inwoner om zelf of met ondersteuning uit het sociaal netwerk een oplossing voor de hulpvraag te vinden; een beroep te doen op een of meer voorliggende voorzieningen; gebruik te maken van een of meerdere algemene voorzieningen; een of meerdere maatwerkvoorzieningen aan te vragen. 3.. De schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek bevat tevens een verslag van het gesprek. Het verslag bevat: de melding van de hulpvraag; het verslag van het gesprek een eventueel ingediend persoonlijk plan een conclusie over de (mogelijke) oplossingsrichting voor de hulpvraag. 4.. Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan de schriftelijke weergave toegevoegd. 5.. De cliënt tekent de schriftelijke weergave voor gezien of akkoord. Het college verzoekt de cliënt het verslag voor gezien of akkoord te ondertekenen. 6.. Het college is bevoegd om in het belang van het onderzoek de cliënt of bij gebruikelijke hulp diens huisgenoten: op te roepen om in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem of hen te bevragen; op een door of namens het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen hem of hen te doen bevragen en/of te onderzoeken.

Rechtspraak bij dit artikel