**1..** Het college kan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet intrekken indien:
**a..** Niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, de aanvrager conform vergunning is overgegaan tot onttrekking of omzetting;
**b..** De vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
**c..** Niet wordt voldaan aan de bij de vergunning gestelde voorwaarden en voorschriften;
**d..** Het handhaven van de vergunning leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand, dan wel tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid;
**e..** In het pand waarvoor een omzettingsvergunning is afgegeven sprake is van slecht verhuurderschap. Daarvan is in elk geval sprake indien binnen een periode van 2 jaar 3 maal een sanctiebesluit, dat wil zeggen een last onder dwangsom, last onder bestuursdwang of bestuurlijke boete, aan de eigenaar/verhuurder is opgelegd wegens de overtreding van Huisvestingswet, Woningwet, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Gemeentewet, APV en/of Wet basisregistraties personen;
**f..** Het pand waarvoor de omzettingsvergunning is afgegeven, ofwel waar vanuit overgangsrecht kamerverhuur is toegestaan, een jaar of langer niet in gebruik is als onzelfstandige woonruimte;
**g..** De vergunninghouder hier schriftelijk om verzoekt;
**2..** Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan eveneens worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 6.
Intrekken vergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Tilburg 2017