Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1

Artikel 6.

Intrekken vergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening Tilburg 2017

1.. Het college kan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet intrekken indien: a.. Niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, de aanvrager conform vergunning is overgegaan tot onttrekking of omzetting; b.. De vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; c.. Niet wordt voldaan aan de bij de vergunning gestelde voorwaarden en voorschriften; d.. Het handhaven van de vergunning leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand, dan wel tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid; e.. In het pand waarvoor een omzettingsvergunning is afgegeven sprake is van slecht verhuurderschap. Daarvan is in elk geval sprake indien binnen een periode van 2 jaar 3 maal een sanctiebesluit, dat wil zeggen een last onder dwangsom, last onder bestuursdwang of bestuurlijke boete, aan de eigenaar/verhuurder is opgelegd wegens de overtreding van Huisvestingswet, Woningwet, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Gemeentewet, APV en/of Wet basisregistraties personen; f.. Het pand waarvoor de omzettingsvergunning is afgegeven, ofwel waar vanuit overgangsrecht kamerverhuur is toegestaan, een jaar of langer niet in gebruik is als onzelfstandige woonruimte; g.. De vergunninghouder hier schriftelijk om verzoekt; 2.. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan eveneens worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Rechtspraak bij dit artikel