1.Indien een motorvoertuig, waarvoor op grond van deze nadere regels een parkeervergunning is verleend, zich voor reparatie of onderhoud in een garage bevindt en de vergunninghouder in verband daarmee tijdelijk een vervangend motorvoertuig tot zijn beschikking heeft, kan de vergunning voor beperkte duur op het kenteken van het vervangend motorvoertuig worden gezet. Om de vergunning tijdelijk op een ander kenteken te zetten, dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:
de vergunninghouder dient bewijsstukken te overleggen dat het eigen motorvoertuig voor reparatie of onderhoud in een garage is en dat het vervangende motorvoertuig tijdelijk ter beschikking is gesteld;
het kenteken van het tijdelijke motorvoertuig mag niet op naam staan van een natuurlijk persoon.