Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 20A

Overloopvergunning

Onderdeel van Nadere regels Parkeervergunningen 2018

1.. Aan de bewoner die houder is van een motorvoertuig, die woont in een gebied waar geen belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die op loopafstand woont van een gebied waar wel belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen (Schilgebied) zijn, kan voor het Schilgebied een overloopvergunning worden verleend. 2.. Om in aanmerking te komen van een overloopvergunning om te kunnen parkeren in het Schilgebied, dient er op het drukste moment sprake te zijn van een hoge parkeerdruk (hoger dan 85%) in de directe omgeving van de woning en van een lage parkeerdruk (lager dan 85%) binnen 200 meter van de woning in het Schilgebied. 3.. Per adres kan het maximaal 1 vergunning worden verleend. 4.. Het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein wordt in mindering gebracht op het aantal te verlenen vergunningen 5.. De overloopvergunning is maximaal één jaar geldig en wordt niet automatisch verlengd. 6.. Bij de uitgifte van de overloopvergunning heeft een bewoner of onderneming uit het Schilgebied die een vergunning aanvraagt voorrang op de aanvrager van de overloopvergunning.

Rechtspraak bij dit artikel