**1..** Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van:
de algemene voorziening huishoudelijke hulp (bijlage 2)
de algemene voorziening was- en strijkservice gebaseerd op stuksprijzen per item wasgoed (bijlage 2)
collectief vervoer (Regiotaxi Waterweg): een opstaptarief en een kilometertarief met een minimumtarief (bijlage 2).
**2..** Op de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, onder a is een korting van toepassing (bijlage 2) voor maximaal 2 uur per week voor:
een persoon die geregistreerd staat als mantelzorger bij het Steunpunt Mantelzorg NWN;
een persoon die minimaal 4 uur per week mantelzorg biedt;
een cliënt, die een indicatie heeft voor de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden of maatwerkondersteuning bij het voeren van een huishouden en deze algemene voorziening voor huishoudelijke ondersteuning gebruikt voor extra huishoudelijke klussen die niet tot behoren tot de maatwerkvoorziening/maatwerkondersteuning.
**3..** Op de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, onder b is een korting van toepassing voor een cliënt met een (gezamenlijk) inkomen dat lager is dan 150% van de bijstandsnorm (bijlage 2) zodat de NIBUD kostprijs voor het thuis wassen, drogen en strijken is verschuldigd (bijlage 2).
**4..** Voor cliënten die ten gevolge van beperkingen niet in staat zijn om gebruik te maken van het reguliere openbaar vervoer geldt een reductie op de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, onder c (bijlage 2).
**5..** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel een pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot, met uitzondering van de volgende maatwerkvoorzieningen en pgb’s voor:
rolstoelen;
collectief vervoer;
toegankelijkheidsaanpassingen bij gemeenschappelijke deuren;
kindverzorging ((her)indicaties van na 1 januari 2016);
maaltijdverzorging ((her)indicaties van na 1 januari 2016);
persoonlijke verzorging ((her)indicaties van na 1 januari 2016);
de laagste ondersteuning bij sociaal en persoonlijk functioneren (waakvlam) ((her)indicaties van na 1 januari 2016).
**6..** De maximale bijdrage voor maatwerkvoorzieningen dan wel pgb’s is gelijk aan de kostprijs met uitzondering van de volgende voorzieningen waarvoor een lagere maximale bijdrage dan de kostprijs geldt (bijlage 2):
huishoudelijke ondersteuning (Zorg in Natura)
begeleiding/ondersteuning sociaal en persoonlijk functioneren (Zorg in Natura & pgb)
dagbesteding (Zorg in Natura & pgb)
logeren (Zorg in Natura & pgb)
**7..** De kostprijs van een:
maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt, of na overleg met de aanbieder;
pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
**8..** Voor alle categorieën personen, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 wordt de bijdrage, dan wel het totaal van bijdragen, verlaagd door met toepassing van artikel 3.8 lid 2 sub b van dit uitvoeringsbesluit de inkomensbedragen te verhogen (bijlage 2).
**9..** De bedragen die gelden voor de maximale bijdrage in de kosten bij het verstrekken van de maatwerkvoorziening beschermd wonen, zijn gelijk aan de bedragen zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, artikel 3.11 en artikel 3.12, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
**10..** In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening door de Stichting Elckerlyc vastgesteld en geïnd, waarbij de berekening hiervan plaatsvindt conform de beschrijving in de “Verordening eigen bijdragen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 2014”.
**11..** De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt
Artikel 11.