Naar hoofdinhoud
Heffing naar tijdsgelang Behoudens het bepaalde in de volgende leden van dit artikel bestaat geen recht op teruggaaf van parkeerbelastingen. Indien de belasting voor een (digitale) parkeervergunning is voldaan voor een tijdvak van langer dan één kalendermaand en die (digitale) parkeervergunning voor het verstrijken van dat tijdvak wordt ingetrokken, wordt ontheffing verleend over het aantal nog niet ingetreden volle kalendermaanden van dat tijdvak, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing € 10,- of minder bedraagt. De in de vorige volzin bedoelde ontheffing wordt niet eerder verleend dan nadat de beschikking van het college van burgemeester en wethouders, waarbij de (digitale) parkeervergunning wordt ingetrokken, onherroepelijk is komen vast te staan. Indien een vergunninghouder als gevolg van maatregelen getroffen door of vanwege het gemeentebestuur voor een tijdvak van ten minste 30 dagen geen gebruik heeft kunnen maken van de verleende (digitale) vergunning, wordt een evenredig gedeelte van de belasting aan de vergunninghouder op diens verzoek gerestitueerd, tenzij blijkt dat het bedrag van de restitutie € 10,- of minder bedraagt Wanneer de (digitale) parkeervergunning wordt ingetrokken met toepassing van artikel 3 lid 2 van de Parkeerverordening Hilversum 2017 juncto artikel 3 van de rechtsgeldige Nadere Regels Parkeervergunningen, wordt een evenredig gedeelte van de belasting aan de vergunninghouder op diens verzoek gerestitueerd, tenzij blijkt dat het bedrag van de restitutie € 10,- of minder bedraagt. Dit artikel is niet van toepassing als de (digitale) parkeervergunning is ingetrokken in verband met wanbetaling, wanneer in strijd met de (digitale) vergunningvoorwaarden is gehandeld, of wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de (digitale) vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel