**1..** Het college kan gebieden aanwijzen waarbinnen het verboden is afvloeiend hemelwater en/of grondwater te lozen op het openbaar vuilwaterriool. Daarbij worden de gevallen aangewezen waarvoor het verbod geldt.
**2..** De gebiedsaanwijzing heeft geen betrekking op de openbare ruimte.
**3..** Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt het college rekening met het gemeentelijk rioleringsplan.
**4..** De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de datum, genoemd in de aanwijzing. Deze datum kan per gebied verschillen. De datum van inwerkingtreding is niet eerder dan zes maanden na de dag waarop de gebiedsaanwijzing bekend is gemaakt.
**5..** Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, indien van de eigenaar van het gebouw, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater en/of grondwater kan worden gevergd. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
**6..** Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 2
Lozingsverbod hemelwater en/of grondwater
Onderdeel van Verordening op de afvoer van hemel- en grondwater Huizen